48. Terugblik op het tweede jaar

De nieuwsfeiten buiten beschouwing gelaten, was 2016 een goed jaar.

Het begon niet goed, maar tenmidden van rouw, sociale vraagstukken, toch terug werkstress en zowat een miljoen vragen had ik er van meet af aan vertrouwen in dat alles ging beteren. En de tijd daarvoor kreeg het, want er kwam er een terugval die me vooral leerde geen enkel aspect van het leven meer te overhaasten. Voor een controlefreak als ondergetekende was het niet eenvoudig om je erbij neer te leggen dat de dingen (en jijzelf) hun tijd nodig hebben, geloof me vrij! De beloning, in de vorm van doorvoelde acceptatie, in de zomer gaf me de kracht om na drie decennia op deze bol van “geleefd worden” eindelijk mijn eigen weg in het leven te beginnen zoeken.  Lees verder “48. Terugblik op het tweede jaar”

48. Terugblik op het tweede jaar

47. Sport en zelfbeeld

Het cliché wil dat ik zo’n kind was dat als laatste overbleef als de leraar lichamelijke opvoeding de klas zichzelf in twee ploegen liet indelen. Oké, behoorlijk zwaarlijvig was ik, maar niet als enige. Met mijn werptechnieken was het best goed gesteld want ik had twee jaar korfbal gedaan. Ook een basisconditie moet er geweest zijn, want elk schooljaar begonnen we opnieuw met rondjes joggen op de piste en ik leefde zowat op mijn fiets. Maar voor je sociale positie helpt het niet als je regelmatig over een turntoestel struikelt, maar drie knopen hoog durft op het klimtouw, etc. Dat ik dat nu, terwijl ik dit schrijf, pas inzie… 🙂

Pesten kun je het niet noemen, zelfs niet op korfbal of tekenschool of chiro of al wat ik uitgeprobeerd heb, maar de rode draad was uitgesloten worden. Al op de basisschool. Dus werd ik maar een eenzaat nadat de lerares van het zesde leerjaar me op de meest subtiele manieren deed voelen dat ik absoluut niet oké was. Zij heeft me de grootste schade toegebracht, misschien zonder het te beseffen. Die van wiskunde halverwege het middelbaar gaf mij en een jongen die ook geen idee had wat we aan het uitrekenen waren, het nekschot door ons regelmatig aan het bord bewijzen te laten uitleggen, goed wetende dat we zouden falen en zichtbaar genietend van haar macht. Hij ontpopte zich in dat schooljaar tot een onhandelbare kwajongen en ik trok me nog meer terug in mezelf. Lees verder “47. Sport en zelfbeeld”

47. Sport en zelfbeeld

46. Hoe gaat het ermee (2)

Het fascineert me: deze post wordt opvallend vaak gelezen en functioneert regelmatig als toegangspoort voor nieuwe lezers. Wat voor zoektermen hiervoor worden gebruikt is me een raadsel, maar er zijn theorieën genoeg te bedenken:

  • Burn-outers die het “juiste” antwoord zoeken om te geven op de vraag hoe het met hen gaat
  • Naasten van burn-outers die zich afvragen waarom die vraag zo’n heftige en diverse reacties kan oproepen
  • Hulpverleners die een beter idee willen krijgen van wat er in een opgebrand hoofd omgaat
  • Naasten van mij die nog altijd niet durven vragen hoe het met mij gaat
  • Fakers die willen weten wat ze moeten zeggen tegen dokters, werk, familie, … (Shame on you!)

Het is een vraag die pas sinds ik uit alweer een cirkel ben, vlot kan beantwoorden: “eindelijk gaat het veel beter met me”. Gisteren vond ik het positieve dagboek terug. Blijkt dat ik de tijd waarover ik zelf kan beslissen hoe ik ‘m invul, altijd gebruik voor dingetjes uit de lijst van 50-leuke-dingen-om-te-doen. Pas op, iets regelen of wat opruimen staat daar ook tussen, omdat het me een geweldig gevoel geeft als het gedaan is. Energie-gevers eersteklas dus. Mijn bioritme is herrezen, m’n conditie is nog nooit zo goed geweest als nu en ik slaap weer goed! Ik voel me zo opgelucht dat het geen naam heeft, dus ben ik deze keer echt klaar om werkuren op te bouwen.

Maar goed. “Hoe gaat het ermee” is zeker de eerste maanden een verschrikkelijke vraag voor een burn-outer. Er zijn wellicht muizenstapjes in de goede richting, maar de kans is groot dat er “een hoopje ellende” op je voorhoofd staat geschreven. Aan de ene kant ben je blij dat het de vraagsteller nog interesseert (een burn-out decimeert je kennissen- en vriendenkring), maar hoe vaker je moet toegeven dat het nog altijd barslecht met je gaat, hoe moedelozer je zelf wordt. En je merkt aan de vraagsteller dat die teleurgesteld is met je antwoord. Hij of zij bedoelt het goed, vergeet dat niet. Misschien heeft hij geen idee hoe hij je anders zou kunnen tonen dat hij zich betrokken voelt, wat bijvoorbeeld bij rouw ook typisch is. Het zal wel iets des mensen zijn?

Hier een paar alternatieven voor die vraag:

  • Ik ben bezorgd om jou, red je het nog een beetje?
  • Heb je graag dat ik eens voor je kook / help met de was / de kinderen een avondje opvang / help poetsen / boodschappen voor je doe / …? (burn-outer, aanvaard die hulp zonder je schuldig of op een andere manier slecht te voelen als je weet dat je het niet alleen rondkrijgt – zeker dan. Het is zo’n fijn gevoel om er niet gans alleen voor te staan en het is goed voor jullie relatie)
  • Wil je samen nog eens iets doen? (hou het heel kleinschalig en liefst vlakbij huis, een wandelingetje bvb is ideaal)

Weet jij nog alternatieven? Of beleef jij dit helemaal anders? Laat het maar weten in de comments.

46. Hoe gaat het ermee (2)

45. Stay the same

Hoewel Bonobo het fantastische album Black Sands al in 2010 heeft uitgebracht, is het voor mij één van de muzikale ontdekkingen van het jaar, logischerwijze omdat we er pas vrij recent van gehoord hebben. Ik kan er makkelijk twee, drie keer per dag naar luisteren want het raakt iets. Vooral bovenstaand nummer, ‘Stay the same’, met de breekbare stem van Andreya Triana en de jazzy sfeer, vind ik zo prachtig dat ik het graag met jullie wil delen.

Het refrein:

Seasons change,
it will never be the same.
I’m hopin’ I won’t stay the same.
Reasons strange..
Why we all must play these games?

We mogen inderdaad blij zijn dat we veranderen – iets dat toch gebeurt, willen of niet, net zoals we nu in het donkere jaargetijde zijn aanbeland. Van halsstarrig weigeren te aanvaarden dat het winter wordt, krijg je een verkoudheid of erger. Er zijn niet veel opties behalve de dikke truien en jassen weer bovenhalen, kaarsjes en verwarming aansteken, je vergapen aan de herfstkleuren, dikke pompoensoep brouwen, en waarom niet af en toe een wijntje bij het cocoonen? De supermarkten vinden alweer een paar weken dat het al eindejaar is dus kan je parels ontdekken zoals de Chateau Le Merle (2015 Graves) vandenaldi. Nog nooit zo’n zalige wijn gevonden aan zo’n democratische prijs. Geef hem de kans op smaak te komen door hem te ontkurken een uurtje voor het uitschenken. Lees verder “45. Stay the same”

45. Stay the same

44. Uit een cirkel (3)

De laatste dagen voel ik me gelukkig! Dat is zo lang geleden dat het een nieuwe state of mind lijkt. Kleuren zijn helderder, eten smaakt beter, die constante halfbewuste ergernis, wanhoop en moeheid zijn verdwenen.

Er is gewoon 0% overgebleven om over te stressen. Als er iets gedaan moet worden, wordt het gedaan op een moment dat daarbij past. Maar het is meer dan dat. Lees verder “44. Uit een cirkel (3)”

44. Uit een cirkel (3)

43. Boek? (2)

Er zijn goede en slechte dagen, en augustus was een slechte dag. Vraag me nu om elke werkdag om zeven uur op te staan, en na een maand heb je waarschijnlijk weer een zombie op het randje van de instorting. Slaappillen wil ik niet nemen, dus recupereert mijn lichaam alleen op de dagen dat uitslapen mogelijk is. Intussen zinderen de vragen tijdens het wakkerliggen door m’n hoofd: Lees verder “43. Boek? (2)”

43. Boek? (2)

42. Dipjes

Er is absoluut niets om me zorgen over te maken, en toch heb ik weer zo’n periode van strijdvoeren om in slaap te geraken, nerveus en bang lopen, darmen in de knoop, krachtingspanningen moeten leveren om een paar woorden met collega’s te wisselen, … Ik probeer er kalm bij te blijven en weet dat het wel weer overwaait, maar toch.

Het minst op mijn gemak ben ik wanneer ik niet genoeg werk heb liggen. Ik slaag erin om wat ik op een uur tijd zou kunnen klaarkrijgen over vier uur te spreiden, maar daarna is het echt op en kan ik niet anders dan werk bij vragen. Doorgaans krijg ik dan twee dossiertjes om iets over op te zoeken, waarmee weer vijf minuten gevuld geraken. Klokkijken en stressen. Zou het dan toch een bore-out zijn geweest?

Logisch dus dat de gedachte “er moet toch zinvol werk bestaan waar je fluitend naartoe gaat” af en toe opkomt. Ik smoor ze in de kiem, want voel me aan mijn werkgever verplicht. Maar binnenkort is het september en starten er duizenden cursussen. Ik zou het kunnen, studeren, als ik een flauw idee had wat ik met mijn leven aan moet vangen. Daar durf ik niet over nadenken.

De vraag “waarom leven wij?” belet me vrij te ademen.

42. Dipjes