39. De bokaal om m’n hoofd

Elke avond oefen ik mindfulness/meditatie, omdat ik alleen maar in slaap kan geraken door een concentratieoefening. En ik kan m’n gedachten pas op die oefening richten als ze gekalmeerd zijn. Dat duurt gemiddeld een uur, of er nu die dag iets gebeurd is of niet. Geduldig wachten en m’n aandacht telkens weer terug brengen naar m’n ademhaling, lichaam en concentratieoefening.

Logisch dus dat ik m’n ogen altijd spits als een betrouwbare bron het heeft over meditatie. De deze, Soygal Rinpoche, vergelijkt het met de zijnstoestand van een oude mens die naar spelende kinderen kijkt: de gedachten en de gevoelens. Die metafoor helpt me zo, samen met het eigenlijke doel van mediteren eens zwart op wit te zien staan: de pauze tussen de gedachten langer maken (want iedereen heeft altijd gedachten en gevoelens).
Ik ben een jaar na de mindfulnesscursus af en toe in staat om het effectief te beschouwen als ‘maar’ gedachten en gevoelens en dus ben op weg naar de stoel in mezelf van waaruit ik achteruit geleund op m’n gemak naar hun spelletjes kan kijken. En om die gevoelens eens onder de loep te nemen, want overdag worden ze waarschijnlijk nog altijd verdrongen. Dat gevoel alsof je met je hoofd in een bokaal zit, zou daar iets mee te maken kunnen hebben.

Ik zit al een uur aan de twee alinea’s hierboven en kan me voorstellen dat het als wartaal klinkt voor u, beste lezer.

Naar het schijnt is ‘over jezelf vertellen’ een goede manier om die bokaal los te maken – van de therapeute moest ik oefenen met dingen aan mensen te vragen, maar dat is een paar bruggen te ver. Sociaal contact staat op een nog net niet uitgewaaid pitje, al wekenlang. Ik oefende vandaag met ‘vertellen’ op een collega tijdens de middagpauze. “Morgen stress-test: ik ga een paar kleren kopen in de winkelstraat.” Na een halve minuut waren we een aangenaam gesprekje bezig over winkelen. Zij houdt er wel van, ik heb het zo lang mogelijk uitgesteld. Daar is een nieuwe winkel en die hebben ook biokatoen.

Ik besef dat ik het af en toe eens moet doen, zo’n stress-test, want hoe meer je je opsluit in je comfortzone, hoe kleiner die wordt. Het ‘moeten gaan winkelen’ verschilt voor mij eigenlijk niet van gaan werken of naar familie. Op het werk ben ik het zenst van die drie situaties, dankzij de goeie raad van een baas om op te houden met proberen het hele bedrijf te verbeteren. Het draait daar nog steeds als een parallelogram met weerhaken, maar dat zal mij worst wezen want ik kan aantonen dat ik mijn deeltijdse stukje van de koek wel correct en binnen een fatsoenlijke termijn heb uitgevoerd.

Nu nog worsten maken van de andere stress-factoren, meditatie als een Zwitsers zakmes steeds op zak hebben, het getob over het waarom van het leven en over de maatschappij en de klimaatopwarming in de vuilbak gooien en dan komen we in de buurt van het einde van de tunnel… ?

Advertenties
39. De bokaal om m’n hoofd

38. Zon en dokters

Die dag hoorde ik pas op het werk dat de Lijn stakende was. Een uur voor mijn afspraak bij de arbeidsgeneesheer was ik present bij de halte, 40 zeer natte minuten later kwam er eindelijk toch eentje opdagen. Ongelooflijk hoeveel volk er in zo’n ding past en hoeveel lawaai dat volk telkens meent te moeten produceren. Ik was me volledig bewust van mijn gigantische stressreactie (zowel op de klok als op de intrusie van meerdere persoonlijke cirkels), en was er ergens dankbaar voor. Het bewijs dat ik niet uit mijn nek lul als ik straks tegen die dokter vertel dat het nog niet goed genoeg  met me gaat om werkuren op te bouwen. Ik besliste om niet tot mijn bestemming te joggen, een overwinning op de innerlijke dwingeland. Uiteindelijk was ik maar tien minuten te laat. Lees verder “38. Zon en dokters”

38. Zon en dokters